1 Voorwoord
Voor u ligt weer een bomvolle nieuwsbrief van de Klankbordgroep. Met o.a. de vaste rubrieken als de
puzzel, een lekker recept van een gerecht en de humorpagina. Verder in deze nieuwsbrief een
reisverslag van Jannes naar zijn broer op de Filipijnen, stelt Marnix Nieswaag zich voor als
ervaringsdeskundige in opleiding, een overzicht van de activiteiten die wel doorgaan in coronatijd, de
avonturen van Binky en gedichtjes van Myra.
De klankbordgroep wenst u veel leesplezier!
2. Gedichtjes van Myra Rotteveel
Spiegelbeeld en ik Masker
Hallo spiegelbeeld mijn ogen
Ik zie je wel kijken door de gaten
Ik herken je niet van het masker
waar is ‘’ik’’ gebleven dat ik draag
de ‘’ik’’ waar dit leven mee begon tranen vallen naar beneden
zeg spiegelbeeld maar niet zichtbaar
wie ben je nu eigenlijk voor jou
komt ik nog een keer terug ik ben alleen
om nog even een moment te ervaren
waar ik, ik nog was
3. Reisverslag Jannes
Als de klanken van Una Paloma Blanca uit mijn muziekoortjes klinken kan dat eigenlijk maar een ding
betekenen: ik zit in een vliegtuig die taxiet naar de startbaan voor een lange vlucht naar Manilla, de
hoofdstad van de Filipijnen, waar mijn broer woont. Ik ontvlucht ons koude kikkerlandje even voor
de warmte en zon in zuid-oost Azië om de batterij weer even op te laden. En natuurlijk lekker
bijkletsen onder het genot van een biertje met mijn broer.
Het is een lange reis. Van deur naar deur ben je wel een dag kwijt, maar het is zeker de moeite
waard. De vlucht van zo’n vijftien tot zestien uur is saai en heeft een tussenstop in Taipei de
hoofdstad van Taiwan. Vanaf daar is het nog zo’n anderhalf uur vliegen en deze stop is fijn om even
de benen te strekken en een sigaretje te roken. Je komt dan even wat frisser en wakkerder aan bij je
broer. Het laatste stukje vliegt voorbij en zo sta je opeens in Manilla; een stad waar zo’n vijftien
miljoen mensen wonen.
Het is er altijd warm. Zo rond de dertig graden en het koelt er in de avonden niet of nauwelijks af.
Seizoenen zoals wij die hebben kennen ze eigenlijk niet. Mijn schoonzus zegt wel eens dat het herfst
is als het regent. En regenen kan het er. Heel hard maar nooit echt lang. Sinds ik er kom kan ik mij
niet voor de geest halen dat het heel de dag regent.
Als ik bij mijn broer ben kom ik tot rust en doe vrij weinig. Of weinig ik tennis daar met een Filipijnse
tennisleraar en ben daar inmiddels mee bevriend. Als ik weer vertrek naar het thuisland geef ik vaak
een feestje waar hij en de ballenjongens dan langskomen. We eten dan lekker en uitgebreid en
praten wat over het leven.
In de weekenden trekken we vaak het land, ook wel de provincie genoemd, in. En de Filipijnen
hebben veel te bieden: Prachtige natuur, witte stranden en strakblauwe zeeën om bij weg te
dromen. Maar er heerst ook veel armoede en je ontkomt er bijna niet aan als westerse jongen:
bedelende jonge kinderen op blote voeten. Op zo’n moment besef ik hoe goed ik het heb en geef
hun wat kleingeld. Arm en rijk, het contrast is groter dan in Nederland en toch lijken ze me niet
ongelukkig. Ze werken meer samen en letten meer op elkaar.
Voor mij is mijn bezoek aan mijn broer aan het eind van ieder jaar als een opname. Ik doe niet veel,
geniet van het weer en de gesprekken met mijn broer, drink wat en rook wat en ga na een aantal
weken weer opgeladen naar mijn huis. Weer een lange vlucht maar het is de moeite waard.